Wat levert pulpa-vitaliteit op voor uw praktijk? *

Wat levert pulpa-vitaliteit op voor uw praktijk? *

Mondziekten vormen nog steeds een belangrijk wereldwijd volksgezondheidsprobleem en treffen wereldwijd meer dan 3,7 miljard mensen.¹ De economische last is enorm: een recente studie schatte de wereldwijde kosten van orale aandoeningen op 710 miljard USD in 2019.² Slechts 54,5% daarvan (387 miljard USD) werd toegeschreven aan directe zorgkosten, wat de vaak onderschatte indirecte kosten als gevolg van productiviteitsverlies onderstreept.²

Cariës, de meest voorkomende nietoverdraagbare aandoening wereldwijd, is naar schatting verantwoordelijk voor 5-10% van het gezondheidszorgbudget in geïndustrialiseerde landen.³ Dit speelt zich af tegen een achtergrond van ongekende financiële druk op zorgsystemen, zoals in het Verenigd Koninkrijk, waar in 2024 werd aangekondigd dat het NHSbudget voor tandheelkunde sinds 2010 reëel met £1 miljard is gekort.⁴

Wanneer de tandheelkundige zorgvraag stijgt terwijl de middelen afnemen, staan tandheelkundige professionals onder grote druk om kostenefficiëntie aan te tonen in hun klinische praktijk. In dit artikel nodigen wij toonaangevende experts in de tandheelkundige gezondheids­economie uit om toe te lichten hoe behandelingen zoals vitale pulpatherapie met Biodentine™ daarbij kunnen helpen.

Waarom tandheelkundige professionals waarde moeten kunnen aantonen

De primaire verplichting van een tandheelkundig professional is altijd het nastreven van de best mogelijke klinische uitkomsten voor de patiënt. Dit moet echter worden afgewogen tegen de mogelijkheden en beperkingen van de betaler, of dat nu een zorgstelsel, verzekeraar of de patiënt zelf is. Om tot een optimale balans te komen, wordt het steeds belangrijker dat tandartsen beschikken over een sterke economische basiskennis.

Prof. dr. Falk Schwendicke, hoogleraar en directeur van de Kliniek voor Restauratieve Tandheelkunde en Pedodontologie aan de Ludwig Maximilian Universiteit, zegt:

Uiteindelijk is een praktijk ook een economische entiteit, en we moeten patiënten, verzekeraars en financiers kunnen laten zien dat wat we doen de moeite waard is - niet alleen op klinisch, maar ook economisch vlak.”

De economie achter het redden van de pulpa

De afgelopen jaren is een verschuiving zichtbaar van ingrijpende procedures zoals wortelkanaalbehandelingen en pulpectomieën naar meer conservatieve, minimaal invasieve benaderingen die gericht zijn op het behoud van tandvitaliteit. Een dergelijke benadering is vitale pulpatherapie (VPT) 

VPT omvat technieken die erop gericht zijn de vitale pulpa te beschermen en genezing te bevorderen bij diepe cariëslaesies of accidentele pulpa‑expositie. 

Deze behandelingen behouden de ontwikkelende, afweer‑ en proprioceptieve functies van het pulpaweefsel en helpen patiënten buiten wat prof. dr. Schwendicke de “neerwaartse spiraal” van steeds invasievere behandelingen noemt.⁵ Bovendien wordt VPT als technisch eenvoudiger beschouwd dan wortelkanaal‑ of pulpectomiebehandelingen.

Maar heeft het behoud van de pulpa ook economische voordelen?

Ondanks de miljoenen die vermoedelijk in de endodontie worden besteed, de American Association of Endodontists meldt dat er in de VS dagelijks 41.000 wortelkanaalbehandelingen worden uitgevoerd, is onderzoek naar de economische aspecten van endodontische interventies schaars in vergelijking met cariologie en parodontologie. Dit is iets wat prof. dr. Schwendicke actief probeert te veranderen.

Wat het onderzoek laat zien

In 2013 ontwikkelden prof. dr. Schwendicke en collega’s een beslismodel voor de behandeling van diepe cariëslaesies.⁷ Beslismodellen zijn wiskundige modellen die reële situaties simuleren op basis van alle beschikbare klinische data, en maken het mogelijk om kosten en uitkomsten over de volledige levensduur van een behandeling te beoordelen.

In het beslismodel van prof. dr. Schwendicke uit 2013 vergeleek het onderzoeksteam de langetermijnkosteneffectiviteit van nietselectieve cariësverwijdering (in het onderzoek aangeduid als ‘volledig’), selectieve éénstapsverwijdering (‘onvolledig’) en selectieve tweestapsverwijdering.

De resultaten toonden dat éénstaps selectieve cariësverwijdering veruit de meest kosteneffectieve strategie was, én het meest succesvol in het behouden van pulpa‑vitaliteit en tandbehoud. Dit bevestigt dat minimale invasiviteit in een vroeg stadium grote voordelen heeft op zowel klinisch als economisch vlak.

Voortbouwend op dit onderzoek gebruikten prof. dr. Schwendicke en dr. Michael Stolpe in 2014 beslismodellering om te vergelijken welke interventie het meest kosteneffectief is bij blootstelling van de pulpa: directe pulpa‑overkapping of wortelkanaalbehandeling.⁸ Dit is een belangrijke vraag voor endodontologen, omdat tanden die met directe pulpa‑overkapping zijn behandeld soms alsnog een wortelkanaalbehandeling nodig hebben. Wanneer een wortelkanaalbehandeling direct had kunnen worden uitgevoerd, mogelijk met betere uitkomsten, moet het gebruik van directe pulpa‑overkapping worden gerechtvaardigd.

Het model toonde aan dat, ondanks het feit dat vervolgbehandeling eerder noodzakelijk was dan bij tanden die direct met een wortelkanaalbehandeling waren behandeld, tanden met directe pulpa‑overkapping gemiddeld gedurende een langere periode van 52 jaar behouden bleven. Dit werd gerealiseerd tegen aanzienlijk lagere levenslange kosten van €545, vergeleken met €701 voor tanden die met een wortelkanaalbehandeling waren behandeld.

Wanneer de pulpa niet kan worden behouden, worden de economische afwegingen van de behandeling minder eenduidig. Een beslismodelstudie uit 2024 vergeleek de kosteneffectiviteit van pulpotomie versus wortelkanaalbehandeling bij tanden met irreversibele pulpitis en concludeerde dat wortelkanaalbehandeling de duurdere, maar ook succesvollere behandeloptie was.⁹

In dit geval kwam kosteneffectiviteit neer op de bereidheid om te betalen. Wanneer de betaler bereid was minder geld uit te geven, werd pulpotomie over de levensduur van de patiënt als de meest kosteneffectieve optie beschouwd. Indien de betaler echter bereid was meer te betalen voor een wortelkanaalbehandeling, werden de langetermijnvoordelen geacht op te wegen tegen de hogere initiële kosten.

In grote lijnen laat het onderzoek zien dat hoe eerder wordt ingegrepen met pulpa‑behoudende maatregelen zoals selectieve cariësverwijdering en vitale pulpatherapie (VPT), hoe kosteneffectiever en klinisch gunstiger deze zijn in vergelijking met wortelkanaalbehandeling. Naarmate de patiënt verder komt in het behandeltraject, moeten echter afwegingen worden gemaakt om waarde te realiseren.

Dr. Schwendicke zegt:

“Dit brengt ons terug bij die ‘neerwaartse spiraal’. Hoe invasiever we worden binnen de endodontie, hoe moeilijker de economische balans wordt. Endodontische interventies worden duurder en op een gegeven moment wordt het steeds moeilijker te rechtvaardigen om de tand te behouden. Het evenwicht kan gemakkelijk doorslaan tot het punt waarop bijvoorbeeld een implantaat daadwerkelijk de kosteneffectieve keuze wordt. Het behoud van de pulpa kan ons volledig buiten die spiraal houden.”

Hoe Biodentine™ clinici helpt om waarde te leveren

Biodentine™ is een hydraulisch calcium‑silicaatcement dat bijzonder geschikt is voor gebruik bij vitale pulpatherapieën. Hoewel Biodentine™ geen onderdeel was van deze specifieke studie, biedt het zorgverleners een lagere initiële kost dan MTA, zonder concessies te doen aan de klinische effectiviteit. Sterker nog, Biodentine™ heeft het vakgebied van de restauratieve tandheelkunde ingrijpend veranderd dankzij de dubbele werking met therapeutische en restauratieve eigenschappen, die ver uitstijgen boven die van MTA. Er is een succespercentage aangetoond van 95,8% bij indirecte pulpa‑overkapping¹⁰, 96,4% bij directe pulpa‑overkapping¹¹ en 93,9% bij pulpotomie¹². Hieronder wordt toegelicht hoe Biodentine™ zowel algemeen practici als endodontische specialisten helpt om een betere prijs‑kwaliteitverhouding te realiseren, terwijl de pulpa‑vitaliteit behouden blijft.

Superieure dentineremineralisatie en pulpagenezing¹⁴

De ESE beveelt hydraulische calcium‑silicaatcementen zoals Biodentine™ aan boven andere materialen, zoals glasionomeercement (GIC), voor directe applicatie op de pulpa, vanwege hun superieure vermogen om pulpagenezing te bevorderen en cariës‑aangetast dentine te remineraliseren.¹³–¹⁶

Biodentine™ behoudt de pulpa‑vitaliteit door de natuurlijke genezingscapaciteiten van de pulpa zelf te stimuleren.¹⁴ In tegenstelling tot andere tricalciumsilicaatmaterialen die gebaseerd zijn op Portlandcement en vaak toxische spoorelementen uit het productieproces bevatten, wordt Biodentine™ vervaardigd met een gepatenteerde Active Biosilicate Technology™ die een materiaal van de hoogste zuiverheid garandeert.¹⁷,¹⁸ Het vertoont dan ook geen cytotoxische, mutagene, sensibiliserende of irriterende effecten op blootgestelde pulpa, wat resulteert in een hoge celviabiliteit en een versterkt biologisch genezingsproces.¹⁴

Van Biodentine™ is aangetoond dat het een verhoogde mineraaldepositie in het dentine ondersteunt, wat leidt tot de vorming van dikkere en dichtere lagen tertiair dentine in vergelijking met GIC, MTA en calciumhydroxide (CH).¹⁹,20,21,²² Hoewel zowel GIC als Biodentine™ in staat zijn gebleken cariës‑aangetast (hard) dentine te remineraliseren, was alleen Biodentine™ in staat om cariës‑geïnfecteerd (zacht) dentine significant te remineraliseren.²³ Door meer natuurlijk dentine te behouden, ondersteunt Biodentine™ een meer minimaal invasieve, en daarmee kosteneffectieve, behandelstrategie.

Uitstekende afdichtende werking en antibacteriële eigenschappen¹⁴

Het verkrijgen van een goede, hermetische afsluiting en het voorkomen van bacteriële infiltratie zijn cruciaal voor het succes en de duurzaamheid van elke vitale pulpabehandeling.

Biodentine™ realiseert een superieure hechting aan het dentineoppervlak door de vorming van minerale tags in de openingen van de dentinetubuli¹⁷, waardoor een nauwe interface, een sterke binding en een goede afdichting ontstaan.¹⁴ Biodentine™ vertoont een betere marginale afdichting en adaptatie en positioneert zich daarmee als het meest effectieve dentinesubstituut onder composietresin in vergelijking met MTA en GIC. De plaatsing onder composietresin vermindert de polymerisatiekrimp, wat de algehele integriteit van de restauratie versterkt.²⁴

Uiteraard wordt bij het achterlaten van cariës‑aangetast dentine, zoals bij de selectieve verwijderingstechniek, ook aangenomen dat er bacteriën achterblijven. De hoge alkalische pH van Biodentine™ is echter zeer ongunstig voor bacteriële proliferatie en desinfecteert het cariëuze dentine effectief na plaatsing.¹⁴,²⁵

De sterkte en hardheid van natuurlijk dentine

Om pulpagenezing mogelijk te maken, is het van belang dat het gekozen materiaal sterk genoeg is om de pulpa te beschermen tegen occlusale krachten. Biodentine™ vertoont een sterke overeenkomst met natuurlijk dentine wat betreft microhardheid en druksterkte, en is in beide opzichten superieur aan glas‑ionomeercement (GIC).¹⁷ In de posterieure elementen, waar de occlusale krachten het grootst zijn, heeft Biodentine™ zich bewezen als een betrouwbare tijdelijke glazuurrestauratie die pulpagenezing tot wel zes maanden mogelijk maakt.²⁶ Daarnaast maken de unieke fysiomechanische eigenschappen het materiaal geschikt voor gebruik als permanent dentinesubstituut onder een definitieve composietrestauratie.

Gestroomlijnde procedures

Naast de opmerkelijke klinische resultaten kan Biodentine™ ook de kosteneffectiviteit in de praktijk verbeteren door het vereenvoudigen van procedures en het stroomlijnen van werkprocessen. Het kan worden toegepast bij een éénstaps caviteitsvulling van pulpa tot kroon binnen de Bio‑Bulk Fill‑procedure, zelfs wanneer de pulpa is geëxposeerd, en kan in dezelfde zitting worden afgedekt met een definitieve restauratie. Doordat er geen tweede behandeling en heropening nodig zijn, resulteert dit in minder afspraken en een kortere behandeltijd in de tandartsstoel.

Biodentine™ en VPT: de perfecte partners voor economisch verantwoorde restauratieve tandheelkunde

Hoewel hij hoopt dat er nog meer onderzoek zal worden verricht naar de kosteneffectiviteit van vitale pulpatherapieën, stelt prof. dr. Schwendicke dat het tot nu toe beschikbare bewijs duidelijk is: “Het behoud van pulpa‑vitaliteit is kosteneffectief en te verkiezen boven een wortelkanaalbehandeling. Het behouden van de pulpa is niet alleen klinisch valide, maar ook economisch valide.” Met inmiddels meer dan 1.500 gepubliceerde studies* die de klinische voordelen aantonen, is het duidelijk dat Biodentine™ het geschikte materiaal is om tandartsen en endodontologen te helpen dit te realiseren. Naarmate het voor de endodontie steeds belangrijker wordt om haar waarde aan financiers, verzekeraars en de patiënten zelf aan te tonen, is het redden van de pulpa met Biodentine™ voor iedere behandelaar een klinisch én economisch verstandige keuze.

* Publicaties beschikbaar via https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/

Referenties

  1. World Health Organization (WHO). Global oral health status report: Towards universal health coverage for oral health by 2030. https://www.who.int/team/noncommunicable-diseases/global-status-report-on-oral-health-2022.  Published 18 November 2022

     

  2. Heidelberg University Hospital. Oral diseases cost the world $710 billion annually. Newsroom. https://www.klinikum.uni-heidelberg.de/newsroom/en/oral-diseases-cost-the-world-710-billion-annually/. Published November 14, 2024. 

     

  3. European Federation of Periodontology (EFP). White paper: Oral health in comprehensive health – The EFP’s manifesto. EFP. https://www.efp.org/fileadmin/uploads/efp/Documents/Other_publications/EIxEFP_-_Oral_Health_white_paper_FINAL.pdf."

     

  4. British Dental Association (BDA). A billion in cuts. BDA News and Opinion. https://www.bda.org/news-and-opinion/news/a-billion-in-cuts/. Published January 25, 2024.

     

  5. Bjørndal L, Simon S, Tomson PL, Duncan HF. Management of deep caries and the exposed pulp. Int Endod J. 2019 Jul;52(7):949-973. doi: 10.1111/iej.13128. Epub 2019 May 13.

     

  6. American Association of Endodontists (AAE). (n.d.). Press kithttps://newsroom.aae.org/press-kit/.

     

  7. Schwendicke F, Stolpe M, Meyer-Lueckel H, Paris S, Dörfer CE. Cost-effectiveness of one- and two-step incomplete and complete excavations. J Dent Res. 2013 Oct;92(10):880-7. doi: 10.1177/0022034513500792. Available at: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23945975/

     

  8. Schwendicke F, Stolpe M. Direct pulp capping after a carious exposure versus root canal treatment: a cost-effectiveness analysis. J Endod. 2014 Nov;40(11):1764-70. doi: 10.1016/j.joen.2014.07.028. Available at: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25218524/

     

  9. Naved N, Umer F, Khowaja AR. Irreversible pulpitis in mature permanent teeth: a cost-effectiveness analysis of pulpotomy versus root canal treatment. BMC Oral Health. 2024 Feb 28;24(1):285. doi: 10.1186/s12903-024-04052-9.

     

  10. Kaul S, Kumar A, Jasrotia A, Gorkha K, Kumari S, Jeri SY. Comparative Analysis of Biodentine, Calcium Hydroxide, and 2% Chlorhexidine with Resin-modified Glass Ionomer Cement as Indirect Pulp Capping Materials in Young Permanent Molars. J Contemp Dent Pract. 2021 May 1;22(5):511-516. Available at: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34318769/

     

  11. Parinyaprom N, Nirunsittirat A, Chuveera P, Na Lampang S, Srisuwan T, Sastraruji T, Bua-On P, Simprasert S, Khoipanich I, Sutharaphan T, Theppimarn S, Ue-Srichai N, Tangtrakooljaroen W, Chompu-Inwai P. Outcomes of Direct Pulp Capping by Using Either ProRoot Mineral Trioxide Aggregate or Biodentine in Permanent Teeth with Carious Pulp Exposure in 6- to 18-Year-Old Patients: A Randomized Controlled Trial. J Endod. 2018 Mar;44(3):341-348. doi: 10.1016/j.joen.2017.10.012. Available at: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29275850/

     

  12. Guang J, Li J, Hao L. Clinical observation and histopathological evaluation of pulp after pulpotomy of primary teeth with formocresol and biodentine. Cell Mol Biol (Noisy-le-grand). 2022 May 31;68(5):83-88. doi: 10.14715/cmb/2022.68.5.11. Available at: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36029512/

     

  13. European Society of Endodontology (ESE) developed by:; Duncan HF, Galler KM, Tomson PL, Simon S, El-Karim I, Kundzina R, Krastl G, Dammaschke T, Fransson H, Markvart M, Zehnder M, Bjørndal L. European Society of Endodontology position statement: Management of deep caries and the exposed pulp. Int Endod J. 2019 Jul;52(7):923-934. Available at: https://onlinelibrary.wiley.com/action/showCitFormats?doi=10.1111%2Fiej.13080

     

  14. About I, ed. Biodentine™ Properties and Clinical Applications. Springer. 2022.

     

  15. Watson TF, Atmeh AR, Sajini S, Cook RJ, Festy F. Present and future of glass-ionomers and calcium-silicate cements as bioactive materials in dentistry: biophotonics-based interfacial analyses in health and disease. Dent Mater. 2014 Jan;30(1):50-61. doi: 10.1016/j.dental.2013.08.202. Available at: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0109564113004004

     

  16. Kuru E, Eronat N, Türkün M, Çoğulu D. Comparison of remineralization ability of tricalcium silicate and of glass ionomer cement on residual dentin: an in vitro study. BMC Oral Health. 2024 Jun 26;24(1):732. doi: 10.1186/s12903-024-04475-4. Available at: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38926776/

     

  17. Internal data: Biodentine™ Scientific File, 2011 – specific pages.

     

  18. Rajasekharan S, Martens LC, Cauwels RGEC, Anthonappa RP. Biodentine™ material characteristics and clinical applications: a 3 year literature review and update. Eur Arch Paediatr Dent. 2018 Feb;19(1):1-22. doi: 10.1007/s40368-018-0328-x. Avaimable at: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29372451/

     

  19. Selvendran KE, Ahamed AS, Krishnamurthy M, Kumar VN, Raju VG. Comparison of three different materials used for indirect pulp capping in permanent molars: An in vivo study. J Conserv Dent. 2022 Jan-Feb;25(1):68-71. doi: 10.4103/jcd.jcd_551_21. Available at: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC9200191/

     

  20. Boddeda KR, Rani CR, V Vanga NR, Chandrabhatla SK. Comparative evaluation of biodentine, 2% chlorhexidine with RMGIC and calcium hydroxide as indirect pulp capping materials in primary molars: An in vivo study. Journal of the Indian Society of Pedodontics and Preventive Dentistry. 2019 Jan-Mar;37(1):60-66. DOI: 10.4103/jisppd.jisppd_213_17. Available at: https://europepmc.org/article/med/30804309

     

  21. Chauhan A, Dua P, Saini S, Mangla R, Butail A, Ahluwalia S. In vivo Outcomes of Indirect Pulp Treatment in Primary Posterior Teeth: 6 Months' Follow-up. Contemp Clin Dent. 2018 Jun;9(Suppl 1):S69-S73. doi: 10.4103/ccd.ccd_48_18. Available at: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC6006903/

     

  22. Hashem D, Mannocci F, Patel S, Manoharan A, Brown JE, Watson TF, Banerjee A. Clinical and radiographic assessment of the efficacy of calcium silicate indirect pulp capping: a randomized controlled clinical trial. J Dent Res. 2015 Apr;94(4):562-8. doi: 10.1177/0022034515571415. Available at: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4485218/#section10-0022034515571415

     

  23. Shara Sajini, Amre R. Atmeh, Avijit Banerjee, Frederic Festy, Richard J. Cook, Manoharan Andiappan, Timothy F. Watson. ‘Glass-ionomer and calcium silicate-based cements interactions with human dentine in health and disease: Two-photon fluorescence microscopy and Raman spectroscopy analysis’. Dental Materials. 2022, 38(11): 1710-1720. ISSN 0109-5641. Available at: https://doi.org/10.1016/j.dental.2022.09.001

     

  24. Niranjan B, Shashikiran ND, Singla S et al. A comparative microleakage evaluation of three different base materials in Class I cavity in deciduous molars in sandwich technique using dye penetration and dentin surface interface by scanning electron microscope. J Indian Soc Pedod Prev Dent. 2016; 34(4): 324-30. Available at: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27681395/

  25. Kaur M, Singh H, Dhillon JS, Batra M, Saini M. MTA versus Biodentine: Review of Literature with a Comparative Analysis. J Clin Diagn Res. 2017 Aug;11(8):ZG01-ZG05. doi: 10.7860/JCDR/2017/25840.10374. Available at: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5620936/

     

  26. Koubi G, Colon P, Franquin JC, Hartmann A, Richard G, Faure MO, Lambert G. Clinical evaluation of the performance and safety of a new dentine substitute, Biodentine, in the restoration of posterior teeth - a prospective study. Clin Oral Investig. 2013 Jan;17(1):243-9. doi: 10.1007/s00784-012-0701-9. Available at: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3536989/